Hoe deel je een moestuin in?
Een goede indeling van de moestuin maakt tuinieren een stuk makkelijker. Wanneer je vooraf nadenkt over de indeling, wordt het overzichtelijker om te zaaien, te planten en te oogsten.
Veel moestuiniers werken daarom met groeivakken. Door de tuin op te delen in vaste bedden blijft de grond luchtig, kun je makkelijker plannen wat je waar kweekt en blijft de tuin overzichtelijk.
Door met vaste vakken en paden te werken voorkom je dat je op de grond loopt waar je groenten groeien. Dat is belangrijk, want aangestampte grond zorgt voor minder zuurstof bij de wortels en daardoor groeien planten minder goed.
Een duidelijke indeling zorgt dus voor een gezondere bodem en een betere oogst.
Werken met groeivakken
De meeste moestuinen worden ingedeeld met rechthoekige groeivakken. In deze vakken groeien de planten en tussen de vakken liggen paden waar je kunt lopen.
Een veel gebruikte maat voor een groeivak is:
120 centimeter breed
Deze breedte is ideaal omdat je vanaf beide kanten makkelijk bij het midden kunt zonder op de aarde te stappen.
De lengte van een groeivak kan verschillen. Veel gebruikte lengtes zijn:
3 meter
4 meter
5 meter
Welke lengte je kiest hangt vooral af van de ruimte in je tuin.
Paden tussen de groeivakken
Tussen de groeivakken maak je paden zodat je makkelijk bij alle planten kunt.
Een goede breedte voor een pad is ongeveer:
40 tot 50 centimeter
Dat is breed genoeg om comfortabel te lopen en te werken.
Paden kunnen bijvoorbeeld worden bedekt met:
houtsnippers
stro
karton met mulch
grind
of gras
Hierdoor blijven de paden netjes en groeit er minder onkruid.
Groeivakken verdelen in kleinere vakken
Veel moestuiniers verdelen hun groeivakken nog verder in kleinere vakjes. Een veel gebruikt systeem is het 30 × 30 centimeter vakken systeem.
Hierbij wordt een groeivak opgedeeld in kleine vakken van ongeveer 30 centimeter bij 30 centimeter.
Een groeivak van 1,20 meter breed en 3 meter lang kan bijvoorbeeld worden verdeeld in:
4 vakken van 30 centimeter breed
10 vakken van 30 centimeter lang
Zo krijg je in totaal ongeveer 40 kleine groeivakken.
In elk klein vak kun je een andere groente planten. Dit maakt het plannen van de tuin heel overzichtelijk.
Indeling van een kleine moestuin – 25 m²
Een kleine moestuin van ongeveer 25 vierkante meter kan bijvoorbeeld een oppervlakte hebben van 5 meter bij 5 meter.
Deze tuin kun je bijvoorbeeld indelen met 4 groeivakken van 1,20 meter breed en 3 meter lang.
Tussen de vakken maak je paden van ongeveer 40 tot 50 centimeter breed.
Elk groeivak kun je vervolgens verdelen in kleine vakjes van 30 × 30 centimeter.
In deze vakken kun je bijvoorbeeld telen:
sla
spinazie
radijs
boontjes
kruiden
Door meerdere keren per seizoen te zaaien kun je zelfs uit een kleine moestuin verrassend veel oogsten.
Indeling van een moestuin – 50 m²
Een moestuin van ongeveer 50 vierkante meter kan bijvoorbeeld een oppervlakte hebben van 10 meter bij 5 meter.
Deze tuin kan worden verdeeld in 6 tot 8 groeivakken van 1,20 meter breed en ongeveer 3 tot 4 meter lang.
In deze vakken kun je bijvoorbeeld kweken:
aardappelen
wortelen
sla
bonen
courgettes
koolsoorten
Door de vakken elk jaar te wisselen kun je ook makkelijk wisselteelt toepassen.
Indeling van een moestuin – 100 m²
Een grotere moestuin van ongeveer 100 vierkante meter kan bijvoorbeeld een oppervlakte hebben van 10 meter bij 10 meter.
Hier kun je werken met 10 tot 16 groeivakken van 1,20 meter breed en 4 tot 5 meter lang.
Dit geeft voldoende ruimte voor grotere gewassen zoals:
pompoen
courgette
aardappelen
maar ook voor kleinere groenten zoals:
sla
radijs
spinazie
kruiden
Door de tuin in groeivakken te verdelen blijft alles overzichtelijk.
Hoeveel planten passen in een vak van 30 × 30 centimeter?
Wanneer je werkt met kleine vakken van 30 × 30 centimeter wordt het plannen van je moestuin heel eenvoudig. Je kunt namelijk precies bepalen hoeveel planten er in één vak passen.
De ruimte die een plant nodig heeft verschilt per groente.
Grote planten – 1 plant per vak
Sommige groenten hebben veel ruimte nodig. Deze krijgen meestal één plant per vak.
Voorbeelden zijn:
tomaat
courgette
paprika
aubergine
broccoli
bloemkool
koolplanten
Middelgrote planten – 4 planten per vak
Sommige groenten kunnen met meerdere planten in een vak groeien.
Voorbeelden zijn:
sla
bietjes
snijbiet
uien
knoflook
Kleine planten – 9 planten per vak
Groenten die kleiner blijven kunnen dichter bij elkaar groeien.
Voorbeelden zijn:
wortelen
bosui
rucola
veldsla
peterselie
Zeer kleine gewassen – 16 planten per vak
Sommige gewassen kun je nog dichter zaaien.
Voorbeelden zijn:
radijs
tuinkers
babyspinazie
mesclun sla
🌱 Door je moestuin te verdelen in groeivakken van 1,20 meter breed en kleine vakken van 30 × 30 centimeter kun je de ruimte optimaal benutten en blijft de tuin overzichtelijk.